Enkele leden aan het woord
Johan Goossen
In 2004 werd ik voor de tweede keer lid van de Historische Werkgroep Tiel. Tussen de eerste en de tweede keer zitten 12 jaar. Jaren van "even geen tijd' voor lokale geschiedenis naast gezin, werk en studie".
In 2004 ben ik in de rijdende trein gestapt van het Biografisch Woordenboek Tiel (BWT). Deel 3 van deze boeiende reeks stond inmiddels op de rails, zo hoorde ik van de toenmalige secretaris. Voor dit deel ben ik toen begonnen met het verzamelen van informatie en daarna het schrijven van de biografie van Thomas Corbelijn. Oudere Tielenaren zullen zich het door hem gestichte Hotel Corbelijn aan de Groenmarkt en het noodhotel in de jaren na de Tweede Wereldoorlog aan de Stationsstraat nog goed herinneren. Toen ik in 1973 in Tiel kwam wonen bestond het hotel in naam nog wel, maar was het al jarenlang in handen van Frans Pijls uit Limburg. Kort daarna zou de Hema zich in het pand vestigen, tot vandaag de dag aan toe.
Zomaar een stukje plaatselijke (hotel)geschiedenis dat destijds mijn interesse wekte en nu door mijn deelname aan de HWT een mooi plaatsje heeft gekregen in het BWT, zodat ook anderen hierover kunnen lezen. Hopelijk worden ze net zo enthousiast voor de plaatselijke geschiedenis als ik dat al jaren ben. De HWT is een prachtige broedplaats voor allerlei initiatieven.
Dus, kent uw nieuwsgierigheid naar de geschiedenis van Tiel geen grenzen, en vindt u het leuk om uw historische kennis met anderen te delen, word dan als een speer lid van de HWT!
Ton de Kok
Een van mijn interessegebieden is de geschiedenis van de 20e eeuw en dan met name de twee wereldoorlogen en de daaruit voortvloeiende politieke gevolgen voor het Europese continent. Gaandeweg raakte ik echter meer en meer geïnteresseerd hoe het mijn naasten, ouders en familieleden in het Tielse in die eeuw is vergaan. Dan kom je al gauw in het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) in Tiel terecht.
Er ging een wereld voor me open, ik werd gegrepen door het speuren in archiefstukken, het combineren van gevonden informatie, het verifiëren om uiteindelijk weer een aanknopingspunt te vinden of een nieuw spoor te ontdekken. Ik voelde me soms net een rechercheur die sporen uit het verleden zichtbaar aan het maken was.
In de studieruimte van het RAR werd ik voor het eerst geconfronteerd met de HWT middels haar publicaties over de geschiedenis van Tiel (zie elders op de site). Ook ontmoette ik een aantal jaren geleden een actief lid van de HWT die me enthousiast maakte, want het idee om in groepsverband de geschiedenis van Tiel, projectmatig in kaart te brengen sprak mij zeer aan. De HWT bestaat uit een groep van gemotiveerde vrijwilligers die allemaal de passie voor geschiedenis delen.
Ik ben nu een aantal jaren lid en heb mijn interesse voor geschiedenis kunnen omzetten in een nieuwe hobby. Een ieder die zich hierin herkent zou ik willen aanmoedigen om ook lid te worden.
Annemarie Slager-Dijkstra
Mijn moeder vertelde vaak dat haar grootmoeder een bijzondere vrouw was. Toch wist ze eigenlijk weinig van die dame af. Juist die weinige kennis maakte me nieuwsgierig. Ik ging op zoek en al gauw kwam ik in archieven terecht. Met speuren en vragen stellen leerde ik die overgrootmoeder van me, haar ouders en ook haar kinderen steeds beter kennen en dat was boeiend genoeg. Maar het antwoord op de ene vraag riep een volgende op. Als voorbeelden: Ze kon schrijven, was dus naar school geweest, maar wat voor onderwijs kregen kinderen in de negentiende eeuw? Als kind zag ze de eerste trein door Arnhem rijden: hoe reisden de gewone mensen daarvoor en daarna?
Zo stapte ik van een stukje familiegeschiedenis naar meer algemene geschiedenis en vandaar naar de geschiedenis van Tiel. Want natuurlijk gaat het niet alleen om mijn overgrootouders, maar ook om die Tielse arts en om die onderwijzer die de SDAP (voorloper van de PvdA) in Tiel oprichtte en om die drukker wiens naam ik achterop oude prentbriefkaarten aantref.
Via een collega op het ROC was de weg naar de Historische Werkgroep toen snel gevonden. Je hoort en leert van elkaar en samen kom je verder. Ik kan genealogen het lidmaatschap van de HWT aanbevelen: de verbreding van je belangstelling is een geweldige verrijking.
Koos Gelens
In mijn geboortehuis in Drumpt stond op zolder een oud kabinet met laden en laadjes.
En die bevatten ansichtkaarten, vanaf begin 1900. Toen was deze wijze van communicatie met familie en kennissen heel belangrijk: men schreef over allerlei zaken. Zo waren ze weer op de hoogte van elkaars wel en wee. Er zaten akten in van kopen en verkopen van al lang vervlogen tijd, een testament van een heel oud geworden tante van mijn grootvader Gelens, oude kerkboeken met daarin bidprentjes, een oud familiealbum met prachtige statige foto's... Al met al was het voor de - toen nog - jonge en nieuwsgierige onderzoeker een rijke historische bron. De vragen aan mijn vader hoe het allemaal in elkaar stak, waren talrijk. En hij stimuleerde mijn interesse, gaf een ordening aan in de massa gegevens.
Zo begon een zoeken naar mijn "roots". En het speuren in archieven. En dat duurt nog steeds.
In mijn schooltijd kreeg ik geschiedenis van meneer Vaags (HBS) en later van frater Bellarminus. (Bisschoppelijke Kweekschool). En dat waren bevlogen vertellers! Verhalen over mensen, hun idealen, hun successen, en ook wat er mislukte... Boeiend, intrigerend!
In mijn "werkzame" leven: docent wiskunde. Toch wel een akte geschiedenis erbij gestudeerd...
Collega Jan Kers, die wist dat ik zo nu en dan over het "rijke" middeleeuwse geloven in Tiel schreef (in het kerkblad van de Dominicusparochie), vroeg mij om een artikel te maken voor de
Toverlantaarn. Het vervolg: lidmaatschap van het schrijverscollectief
De Historische Werkgroep Tiel.